Insulinespuit, 29-31 gauge
Vaste naald van 4 tot 8 millimeter. Dun en kort volstaat: je hoeft alleen door de huid, niet in de spier. Een spuit van 0,3 of 0,5 ml leest bovendien nauwkeuriger af dan een van 1 ml.
Subcutaan betekent onder de huid, in het vetlaagje boven de spier. Het is de eenvoudigste injectievorm die er is, en tegelijk de plek waar de meeste vermijdbare problemen ontstaan: infecties door slordig werken en verharde plekken door altijd op dezelfde plaats te prikken.
Deze pagina beschrijft de techniek zoals die ook voor insuline en andere onderhuidse injecties wordt aangeleerd. Wat je toedient en of dat verstandig is, is een andere vraag: dat staat op de profielpagina van het middel. Hoeveel je moet optrekken bereken je met de peptide calculator.
Vier dingen. De naaldencontainer wordt het vaakst overgeslagen en is juist het enige onderdeel dat ook anderen beschermt.
Vaste naald van 4 tot 8 millimeter. Dun en kort volstaat: je hoeft alleen door de huid, niet in de spier. Een spuit van 0,3 of 0,5 ml leest bovendien nauwkeuriger af dan een van 1 ml.
Vooral voor de rubberen dop van de flacon, die je vóór elke keer optrekken schoonveegt. Voor de huid zijn ze een redelijke extra stap bij een product van onzekere herkomst.
Om na afloop een halve minuut op de plek te drukken als er bloed komt. Wrijven doe je niet: dat maakt de blauwe plek groter.
Harde afsluitbare box van apotheek of drogist. Naalden bij het huisvuil doen is verboden en veroorzaakt prikaccidenten bij afvalverwerkers.
Subcutaan injecteren kan overal waar een laagje vet onder de huid zit dat je tussen duim en wijsvinger kunt oppakken. Vier gebieden zijn gangbaar. Belangrijker dan welke je kiest, is dát je wisselt: steeds dezelfde plek geeft verhard weefsel waar de opname onvoorspelbaar wordt.
De meest gebruikte plek. Blijf minimaal vijf centimeter van de navel af en vermijd littekens en moedervlekken. Ruim gebied, dus makkelijk afwisselen.
Goed zelf te bereiken. Houd afstand van knie en lies en blijf aan de voor- of buitenzijde, niet aan de binnenkant.
Het vetkussen aan de achterzijde. Lastig om bij jezelf een plooi te pakken; met één hand oppakken lukt zelden goed.
Ruim en vetrijk. Slecht zichtbaar voor jezelf, dus in de praktijk vooral bruikbaar als iemand anders prikt.
Herhaald prikken op dezelfde plek geeft lipohypertrofie: verhard, verdikt vetweefsel dat minder gevoelig is. Juist omdat het minder pijn doet, blijven mensen daar prikken. Het probleem is dat de opname uit zulk weefsel wisselvallig wordt, waardoor dezelfde dosis de ene keer nauwelijks en de andere keer sterk aankomt. Houd twee tot drie centimeter aan van je vorige plek en voel voordat je prikt of de huid daar nog soepel is.
Dit is de subcutane techniek zoals die in de diabeteszorg wordt aangeleerd, van handen wassen tot de naald in de container. De volgorde is niet van ons: het is de gangbare beschrijving, en de hele reeks duurt minder dan twee minuten.
De meeste hiervan zijn onschuldig. Het onderscheid tussen normaal en niet-normaal zit vooral in het beloop: gaat het binnen een dag weg, of wordt het juist erger?
Je hebt een klein bloedvaatje in de huid geraakt. Onschuldig. Druk een halve minuut, wrijf niet. Krijg je steeds blauwe plekken op dezelfde plaats, wissel dan vaker af.
Vloeistof die nog niet is opgenomen. Verdwijnt doorgaans binnen een uur. Een bultje dat dagen blijft, harder wordt en terugkeert op dezelfde plek wijst op verhard weefsel: gebruik die plek voorlopig niet meer.
Je hebt de naald te snel teruggetrokken. Hoeveel je kwijt bent is niet te bepalen, dus bijspuiten is gokken en kan tot overdosering leiden. Wacht de volgende keer vijf tot tien seconden voordat je terugtrekt.
Meestal alcohol die nog niet droog was. Laat de huid volledig opdrogen. Ook een hergebruikte, botte naald doet aanmerkelijk meer pijn dan een nieuwe.
Dit past niet meer bij een prikreactie maar bij een infectie van de huid of het onderhuidse weefsel. Laat dit dezelfde dag beoordelen door een huisarts of huisartsenpost. Wachten tot morgen is hier de verkeerde keuze.
Dit past bij een ernstige allergische reactie en is een noodgeval. Bel 112. Dit is niet iets om af te wachten of eerst op te zoeken.
Gebruikte naalden horen in een naaldencontainer: een harde, afsluitbare box die je bij de apotheek of drogist koopt. Volle containers neemt de apotheek in veel gevallen weer in, en sommige gemeenten hebben een inleverpunt bij het milieustation. Vraag ernaar bij je eigen apotheek; daarvoor hoef je niet te vertellen wat je gebruikt.
Een lege fles of blikje is geen alternatief. Naalden prikken door dun plastic heen. Losse naalden bij het huisvuil zijn bovendien verboden en leiden tot prikaccidenten bij mensen die het afval verwerken. Dit is het enige onderdeel van je routine waarbij de gevolgen bij iemand anders terechtkomen.
De vragen die het vaakst terugkomen, inclusief de hardnekkige misverstanden over luchtbellen en aspireren.
Voor onderhuids injecteren volstaat een insulinespuit met een vaste naald van 29 tot 31 gauge en een lengte van 4 tot 8 millimeter. Dun en kort is hier een voordeel: de naald hoeft alleen door de huid in het vetweefsel eronder, niet in de spier. Dikkere of langere naalden doen meer pijn en vergroten de kans dat je per ongeluk in spierweefsel komt, waar de opname anders verloopt.
Bij subcutane injecties is aspireren niet nodig. In het onderhuidse vetweefsel liggen geen bloedvaten van betekenis, en de aanbevelingen voor bijvoorbeeld insuline en heparine laten deze stap al jaren weg. Terugtrekken maakt de injectie wel pijnlijker, omdat de naald daarbij in het weefsel beweegt.
Bij een subcutane injectie is een klein luchtbelletje niet gevaarlijk. Het verhaal over een dodelijke luchtembolie gaat over injecties rechtstreeks in een ader, en dan nog over een aanzienlijke hoeveelheid lucht. Het praktische probleem van een luchtbel is doseerbaarheid: lucht neemt ruimte in de spuit in, waardoor je minder vloeistof toedient dan je hebt afgelezen. Tik de bel omhoog en druk hem eruit voor de dosering klopt, niet uit veiligheidsoverwegingen.
Steeds op dezelfde plek prikken leidt tot lipohypertrofie: verharde, licht verheven plekken vetweefsel die op den duur ongevoelig worden. Dat voelt aangenaam omdat het minder pijn doet, maar op zulke plekken wordt de opname onvoorspelbaar. Dezelfde dosis kan dan de ene keer te weinig en de andere keer te veel effect geven. Houd minimaal twee tot drie centimeter afstand van je vorige injectieplek.
Een druppeltje bloed of een kleine blauwe plek betekent dat je een klein bloedvaatje in de huid hebt geraakt. Dat is vervelend maar onschuldig. Druk een halve minuut met een schoon gaasje op de plek en wrijf niet, want wrijven vergroot de blauwe plek juist. Krijg je steeds op dezelfde plek blauwe plekken, wissel dan vaker van injectieplaats.
Een klein rood plekje dat binnen een dag wegtrekt hoort erbij. Zorgelijk wordt het wanneer de roodheid over de uren juist groter wordt, de plek warm aanvoelt, harder wordt of gaat kloppen, wanneer er pus uit komt of wanneer je koorts of koude rillingen krijgt. Dat past bij een infectie en hoort dezelfde dag door een huisarts of huisartsenpost beoordeeld te worden.
Een naald is voor eenmalig gebruik. Na één keer prikken is de punt al zichtbaar bot onder een microscoop, wat de volgende injectie pijnlijker maakt en meer weefselschade geeft. Daarnaast raakt een gebruikte naald besmet zodra hij buiten de verpakking is geweest. Nieuwe naalden zijn goedkoop; de gevolgen van een huidinfectie zijn dat niet.
Gebruikte naalden horen in een naaldencontainer, een harde afsluitbare box die je bij de apotheek of drogist koopt. Volle containers kun je bij veel apotheken inleveren; sommige gemeenten hebben daarnaast inleverpunten bij het milieustation. Naalden bij het huisvuil doen is verboden en levert reëel risico op prikaccidenten bij afvalverwerkers. Een lege plastic fles is geen alternatief: naalden prikken er doorheen.
Op zichtbaar schone huid is water en zeep meestal voldoende, zoals ook bij insulinegebruik geldt. Werk je met een product waarvan de herkomst en steriliteit onzeker zijn, dan is een alcoholdoekje een redelijke extra stap. Laat de alcohol in dat geval volledig opdrogen voordat je prikt: injecteren door natte alcohol prikt fel en irriteert de huid. Belangrijker dan de huid is de rubberen dop van de flacon, die je vóór elke keer optrekken schoonveegt.
Een klein beetje terugloop komt voor en betekent dat je een deel van de dosis kwijt bent. Hoeveel precies is niet te bepalen, dus bijspuiten is gokken en kan tot overdosering leiden. Noteer het en ga er de volgende keer op vooruit door na het indrukken vijf tot tien seconden te wachten voordat je de naald terugtrekt, en door de huidplooi pas los te laten als de naald eruit is.